Judith en Bas in Zuid-Amerika

Reisschema

Dit is het reisschema zoals opgegeven door Djoser. De teksten komen van de Djoser reisbeschrijving.


Grotere kaart weergeven

De tijd in...

Brazilië (oostkust):
Bolivia:
Peru:

Dag tot dag

9 oktober 2010: Heenreis

We vliegen vanaf Schiphol naar Sao Paulo (met KLM) en vanaf daar direct door naar Rio de Janeiro.

Hotel: Hotel Copa Sul (reviews)

10 - 11 oktober 2010: Rio de Janeiro

Deze reis door Zuid-Amerika begint in het spectaculaire Rio de Janeiro. De stad van de samba, carnaval, voetbal, het Christusbeeld en de suikerbroodberg. Ons hotel ligt in Copacabana, op vijf minuten lopen van het strand. Op het strand en de boulevard zijn de altijd ijdele Cariocas (de inwoners van Rio) aan het sporten, vooral hardlopen, fitness, volleybal en natuurlijk futebol! In deze stad mag een bezoekje aan de beroemde Suikerbrood (Pão de Açucar) en de Corcovado met het Christusbeeld niet ontbreken. Beide bieden een prachtig uitzicht over de stad.

In het centrum staan enkele oude monumenten zoals het vroegere keizerlijk paleis, de opera, de nationale bibliotheek, maar ook de futuristische ronde kathedraal. Je kunt ook het beroemde trammetje nemen naar de mooie wijk Santa Teresa.

Een interessante, optionele excursie is een begeleid bezoek aan de ‘favela’ Rocinha, met 200.000 inwoners de grootste sloppenwijk van Brazilië, waar je het andere gezicht van de stad te zien krijgt. Misschien is er gelegenheid een voetbalwedstrijd bij te wonen in het grootste voetbalstadion ter wereld, het Maracanã.

Het nachtleven van Rio is beroemd en eigenlijk is een bezoek aan Brazilië niet compleet zonder een indruk van hoe de Brazilianen carnaval vieren. Die kun je bijvoorbeeld opdoen tijdens een bezoek aan een oefenavond van een sambaschool.

Hotel: Hotel Copa Sul (reviews)

12 oktober 2010: Naar Ilha Grande
In de loop van de ochtend rijden we met onze eigen bus in ruim vier uur naar Angra dos Reis, waar we op de boot stappen naar Ilha Grande.

Hotel: Pousada Portal dos Borbas (reviews)

13 oktober 2010: Ilha Grande
Op dit autovrije eiland vind je tropisch regenwoud, verlaten droomstranden en veel leuke wandelpaden. Een daarvan voert je naar de Pico do Papagaio, het hoogste uitzichtpunt op 990 meter. Vanuit het gezellige hoofdplaatsje Vila Abraão kun je een wandeling van ruim twee uur maken naar Praia Lopes Mendes, door sommigen het mooiste strand van Brazilië genoemd.

Hotel: Pousada Portal dos Borbas (reviews)

14 oktober 2010: Naar Paraty
In de loop van de ochtend nemen we de boot terug en in een kleine twee uur rijden we door naar Paraty, ‘de parel van de Costa Verde’. Het stadje heeft een nog geheel intact centrum van koloniale Portugese architectuur met romantische keienstraatjes, gezellige terrassen en intieme restaurantjes. We overnachten in een mooie pousada met zwembad, tegen het oude centrum aan.

Hotel: Pousada do Principe (reviews)

15 oktober 2010: Naar Bonito
's Ochtends rijden we in ongeveer zes uur naar de grootste stad van het land, São Paulo, waar we op het vliegtuig naar Campo Grande stappen. Vanuit hieruit is het nog zo’n vier uur rijden naar Bonito, de ‘ecologische hoofdstad’ van het land.

Hotel: Hotel Bonsai (reviews)

16 oktober 2010: Bonito

Bonito heeft vele mogelijkheden om van de indrukwekkende natuur te genieten. Er zijn spectaculaire grotten en watervallen te bezoeken en je kunt snorkelen in de riviertjes, waar je in het kristalheldere water geniet van alle soorten vissen om je heen. Bijvoorbeeld in de mooie Aquário Natural Baía Bonita of de bosbeek Suciri, waar je kunt zwemmen tussen de watervalletjes temidden van scholen vissen. In de Gruta do Lago Azul ligt een van de grootste grot-meren ter wereld. Als de zon er naar binnen schijnt, krijgt het water allerlei prachtige blauwe kleuren. Er zijn ook mogelijkheden om te wandelen, fietsen of paardrijden in de natuur.

Hotel: Hotel Bonsai (reviews)

17 - 18 oktober 2010: Pantanal

In de Pantanal, een van de grootste natuurparken ter wereld, overnachten we midden in het natuurgebied in een leuke ‘fazenda’. Volgens biologen komen in dit ongerepte natuurgebied 600 vogelsoorten voor, zoals ibissen, papegaaien, ijsvogels, ooievaars en de tuiuiu, een indrukwekkende vogel van ruim een meter hoog met zwarte kop en rode hals. Dit is dé plek om allerlei soorten dieren in hun natuurlijke omgeving te zien. Hoewel ‘pantanal’ het Portugese woord is voor moeras, is de Pantanal geen echt moeras, maar wel een gebied dat regelmatig overstroomt, wat het landschap en ecosysteem uniek maakt. Om zoveel mogelijk van de flora en fauna te zien, gaan we er op uit in kano’s, te voet en te paard.

Tijdens die tochten zie je kaaimannen lekker liggen zonnen op de rivierbeddingen, in de bomen zitten apenfamilies, er leven otters en slangen en misschien kom je een capibara tegen. Neem een verrekijker mee, zodat je alle vogels en andere dieren goed kunt bekijken. Ook een zaklamp mag in je bagage niet ontbreken, we kunnen er ook ’s avonds op uit trekken op zoek naar weer andere beesten. Je kunt hier proberen je eigen avondmaal te vangen: verse piranha! Behalve het ontbijt worden in dit afgelegen gebied ook de lunches en diners verzorgd. Verder kun je bij de fazenda heerlijk luieren in een hangmat en genieten van de natuur om je heen. Door de Pantanal loopt de spectaculaire Estrada Parque.

Hotel: Fazenda Xaraés

19 oktober 2010: Nachttrein naar Santa Cruz
Een korte rit brengt ons in Bolivia, waar we in Puerto Suarez op de nachttrein naar Santa Cruz stappen. De trein vertrekt rond het middaguur en komt in de loop van de volgende ochtend aan in Santa Cruz de la Sierra. We reizen eerste klasse (Pullman), best comfortabel dus, zodat je ’s nachts wat kunt slapen, terwijl de trein onderweg bij heel wat stationnetjes stopt.
20 oktober 2010: Santa Cruz
In Santa Cruz is één van de rijkere steden van Bolivia.

Hotel: Hotel Copacabana (reviews)

21 oktober 2010: Santa Cruz
We stappen op het vliegtuig naar Sucre, volgens de Bolivianen hun mooiste stad.

Hotel: Hostal Sucre (reviews)

22 oktober 2010: Sucre
Sucre is ook vanwege het lekkere klimaat een prima plek om uit te rusten van de lange reis. Bovendien kun je hier, op 2790 meter, alvast wennen aan de hoogte, waarop je je een groot deel van de reis door Bolivia en Peru bevindt. Sucre is een schitterende stad: voor de regeringszetel, universiteitsstad bij uitstek en het centrum van de rechtspraak werden kosten noch moeite gespaard ter verfraaiing. Niet voor niets heeft Unesco Sucre uitgeroepen tot historisch en cultureel werelderfgoed. De gezellige, witgeverfde stad met zijn vele kerken, universiteiten en musea heeft een ongedwongen sfeer. Loop eens door de vele typisch Spaans aandoende straatjes of bezoek het klooster La Recoleta (dat vroeger ook als gevangenis dienst deed). Ook het Casa de la Libertad en het antropologisch museum van de San Francisco Xavier-universiteit, een van de oudste universiteiten in Zuid-Amerika, zijn de moeite waard.

Hotel: Hostal Sucre (reviews)

23 oktober 2010: Potosí

Vanuit Sucre is het ongeveer vier uur rijden door het ruige Andeslandschap naar de hoogste stad (4070 m.) ter wereld: Potosí. Doe het bij de verkenning van de stad echt rustig aan, want je lichaam moet wennen aan de zuurstofarme lucht op deze grote hoogte. De ontdekking van goud en zilver in de Cerro Rico, de rijke heuvel, heeft een beslissende rol gespeeld in de historie van Potosí. In 1545, vlak na de ontdekking van de rijkdommen in de bodem, stichtten de Spanjaarden deze stad aan de voet van de berg Cerro Rico. Vier eeuwen lang vloeiden alle inkomsten naar Spanje om paleizen en kerken te versieren en om oorlogen te financieren. Evenals Sucre is Potosí, vanwege de monumentale architectuur en rijkversierde kerken, tot cultureel erfgoed benoemd.

Hoewel de zilvervoorraad in de loop van de tijd behoorlijk is geslonken en ook de mijnen intussen in handen van de staat of van mijnbouwcoöperaties zijn gekomen, is er in de situatie van de mijnwerkers maar weinig veranderd. Onder leiding van een oud-mijnwerker is hier een indrukwekkende excursie mogelijk. Ook het Casa Real de la Moneda is een bezoekje waard.

Hotel: Hostal Colonial (reviews)

24 oktober 2010: Uyuni

Aan het begin van de middag beginnen we aan een prachtige busrit door het onherbergzame landschap van de Altiplano naar Uyuni. De zoutvlakte van 12.000 km² bij Uyuni is een van de indrukwekkendste natuurverschijnselen van Bolivia. In dit ‘Alaska van Bolivia’ kun je een prachtige tocht maken. Midden in het zoutmeer ligt het kleine vulkanische Isla Pescado - genoemd naar de visachtige vorm van het eiland - waar talloze torenhoge cactussen in alle vormen en maten groeien. Onderweg heb je de kans om te zien hoe de bewoners het zout met zware bijlen uithakken. Het kan hier flink koud worden: ‘s nachts zijn temperaturen van ver onder nul geen uitzondering.

Hotel: Hotel Tonito (reviews)

25 oktober 2010: Uyuni

Aan het begin van de avond stappen we op de nachtbus, een lijndienst, naar La Paz. De semi-cama-bus, zo genoemd omdat er van de stoelen ‘halve bedden’ te maken zijn, biedt voldoende beenruimte.

Hotel: Hostal Naira (reviews)

26 - 27 oktober 2010: La Paz

De volgende morgen vroeg komen we aan in La Paz. De grootste en belangrijkste stad van Bolivia is schitterend gelegen in een canyon op ca. 4000 meter, en wordt gedomineerd door de besneeuwde top van de Illimani. Hoewel Sucre officieel de hoofdstad is, is La Paz met zijn bijna 1 miljoen inwoners het regerings- en handelscentrum van het land. Het is haast onmogelijk om te verdwalen in La Paz, vanaf de heuvels kom je altijd weer terecht op de Prado, de lange straat die onder een steeds andere naam door de hele stad heen loopt. De vele marktjes in de stad zijn een lust voor het oog.

Het meest bizarre is de 'heksenmarkt' in de Calle Linares, waar veel kruiden en bergen gedroogde lama-foetussen in een mandje als koopwaar aangeboden worden. Ook de kleine 'Mercado de Flores' is met al zijn bloemen een vrolijke happening. Verder zijn de Plaza San Francisco en de historische Plaza Murillo perfecte plekken om het Boliviaanse dagelijkse leven aan je voorbij te laten trekken.

Een bezoek aan de vier bij elkaar gelegen musea op de Calle Jaén in het meest Spaanse deel van de stad geeft een goed inzicht in de geschiedenis van La Paz. In La Paz kun je ook een letterlijk hoogtepunt van de reis beleven: een excursie naar het 5200 m hoge Chacaltaya, de hoogstgelegen skipiste ter wereld. Je bent binnen twee uur met de bus boven 5000 meter en geniet na deze klim van een fantastisch uitzicht over het besneeuwde Andes-gebergte en over de hoogvlakte met in de verte het Titicaca-meer en La Paz.

Hotel: Hostal Naira (reviews)

28 oktober 2010: Isla del Sol

Vanuit La Paz nemen we een lijnbus naar Copacabana. We kunnen een kort bezoek brengen aan deze bedevaartsplaats, met een prachtige Moorse kathedraal, voor we op de boot naar Isla del Sol stappen. Het Titicacameer heeft al eeuwenlang een magische betekenis voor zowel de Aymara’s als de Inca’s. Je kent het meer, gelegen op 3700 meter, misschien nog uit de aardrijkskundeboeken als het hoogst gelegen bevaarbare meer ter wereld. Doordat het boven de boomgrens ligt bouwen de bewoners al eeuwen lang hun boten van riet. De Noorse wetenschapper Thor Heyerdahl heeft hier met behulp van de Aymara’s van het eiland Suriqui zijn beroemde boot ‘Ra II’ gebouwd.

We maken een boottocht op het meer om Isla del Sol, eiland van de Zon, te bezoeken; de indianen zijn ervan overtuigd dat de zon hier geboren is. Om te kunnen genieten van de fabelachtige zonsondergang en -opkomst overnachten we in een klein dorpje op Isla del Sol. De wandeltocht om het dorpje te bereiken is mede door de hoogte een betrekkelijk zware klim, echter het ontvangst door de lokale bevolking maakt dit alles dubbel en dwars waard. De geïsoleerde ligging maakt wel dat we hier gebruik maken van een eenvoudig onderkomen, waarbij geen sanitaire voorzieningen op de kamers aanwezig zijn en zonder stromend water.

Hotel: Hostal Puerta del Sol

29 oktober 2010: Puno

Op weg naar Puno steken we met een lijnbus de grens met Peru over. Puno ligt op 3830 m aan het Titicaca-meer.

Hotel: Hotel El Buho (reviews)

30 oktober 2010: Bus naar Cusco

De busreis vervoert je door een landschap met schitterende uitzichten op besneeuwde bergtoppen, meertjes, kuddes lama’s en verlaten dorpjes met als eindbestemming de Inca hoofdstad Cusco.

Hotel: Hostal Marani (reviews)

31 oktober 2010: Cusco

De Inca’s beschouwden deze oudste bewoonde stad van Latijns Amerika als de ‘navel’ van de wereld. Je vindt er niet alleen Incaruïnes met massieve, stenen muren, maar ook veel Spaans-koloniale gebouwen, ontelbare kerken en musea vol Inca-artefacten en mummies. Bovendien heeft Cusco veel leuke en prachtig verlichte pleinen en een grote verscheidenheid aan restaurants en bars.

Op het middelpunt van de stad, het grote Plaza de Armas, is het altijd gezellig druk. De Peruanen brengen graag op een van de bankjes in de zon al keuvelend hun vrije tijd door. Veel barretjes hebben een balkon met uitzicht op het plein. Je ziet er de kathedraal, in 1564 in renaissancestijl gebouwd op de restanten van een Incapaleis. Binnen hangt het schilderij van het Laatste Avondmaal met cavia als hoofdschotel. De kerk El Triunfo is aan de kathedraal vast gebouwd is en ook La Compañia, de derde kerk aan het plein, is - vanwege de indrukwekkende barokke bouwstijl - de moeite waard.

Cusco ligt op grote hoogte in het Andesgebergte, maar intussen ben je wel aan die hoogte gewend. Er is tijd om buiten de stad de Heilige Vallei van de Inca's te bezoeken, met mooie dorpjes en veel Incaruïnes. Je kunt dagexcursies maken naar vrijwel alle belangrijke archeologische plaatsen of een lokale bus nemen naar een van de dorpen. Bijvoorbeeld het mooie Pisac met zijn beroemde zondagsmarkt, waar de indiaanse bevolking uit de wijde omtrek naartoe komt om allerlei koopwaar aan te bieden. Ook een wandeling of een tocht te paard is mogelijk langs Incaruïnes net buiten Cusco. Vanaf de indrukwekkende ruïnes van Sacsayhuaman heb je een mooi uitzicht over de stad.

Hotel: Hostal Marani (reviews)

1 november 2010: Aguas Calientes

Vanuit Cusco vertrekken we met een boemeltreintje naar Aguas Calientes, het dorp dat het dichtst bij de ruïnes ligt en waar we overnachten. Als dorp gebouwd langs de spoorlijn heeft Aguas Calientes een bijzondere sfeer en je kunt er een mooie wandeling maken of baden in de warmwaterbronnen in de omgeving. Het is ook mogelijk alvast zelf Machu Picchu te gaan bekijken of een van de twee bergtoppen rond de Incastad te beklimmen, voor een prachtig uitzicht.

Hotel: Hostal Presidente (reviews)

2 november 2010: Machu Picchu

Het pas in 1911 ontdekte Machu Picchu is verreweg de indrukwekkendste van alle Incaruïnes. Niet alleen door wat er aan resten is overgebleven, vooral ook door de adembenemende locatie hoog in de bergen. Door die ligging wist men eeuwenlang zelfs niet van het bestaan van de stad.

's Ochtends gaan we de ruïnes verkennen onder leiding van een gids. Als we de eerste bus nemen zien we de zon opkomen boven de oude stenen.

Hotel: Hostal Marani (reviews)

3 november 2010: Cusco

De Inca’s beschouwden deze oudste bewoonde stad van Latijns Amerika als de ‘navel’ van de wereld. Je vindt er niet alleen Incaruïnes met massieve, stenen muren, maar ook veel Spaans-koloniale gebouwen, ontelbare kerken en musea vol Inca-artefacten en mummies. Bovendien heeft Cusco veel leuke en prachtig verlichte pleinen en een grote verscheidenheid aan restaurants en bars.

Op het middelpunt van de stad, het grote Plaza de Armas, is het altijd gezellig druk. De Peruanen brengen graag op een van de bankjes in de zon al keuvelend hun vrije tijd door. Veel barretjes hebben een balkon met uitzicht op het plein. Je ziet er de kathedraal, in 1564 in renaissancestijl gebouwd op de restanten van een Incapaleis. Binnen hangt het schilderij van het Laatste Avondmaal met cavia als hoofdschotel. De kerk El Triunfo is aan de kathedraal vast gebouwd is en ook La Compañia, de derde kerk aan het plein, is - vanwege de indrukwekkende barokke bouwstijl - de moeite waard.

Cusco ligt op grote hoogte in het Andesgebergte, maar intussen ben je wel aan die hoogte gewend. Er is tijd om buiten de stad de Heilige Vallei van de Inca's te bezoeken, met mooie dorpjes en veel Incaruïnes. Je kunt dagexcursies maken naar vrijwel alle belangrijke archeologische plaatsen of een lokale bus nemen naar een van de dorpen. Bijvoorbeeld het mooie Pisac met zijn beroemde zondagsmarkt, waar de indiaanse bevolking uit de wijde omtrek naartoe komt om allerlei koopwaar aan te bieden. Ook een wandeling of een tocht te paard is mogelijk langs Incaruïnes net buiten Cusco. Vanaf de indrukwekkende ruïnes van Sacsayhuaman heb je een mooi uitzicht over de stad.

Hotel: Hostal Marani (reviews)

4 november 2010: Terug naar Nederland

Via Lima vliegen we terug naar Schiphol.

5 november 2010: Aankomst in Nederland